en nevel. De zuidzijde van de Alpen
(het Italiaanse merengebied) kent een
zachter klimaat vanwege de beschutte
ligging. Het noordelijke gedeelte van
de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden
van de streken Toscane en Umbrië
zijn in de winter maandenlang bedekt
met sneeuw. Zuid-Italië kent zeer
droge en hete zomers met vele uren zonneschijn.
Een bekende wind is de ‘sirocco’,
een zuidelijke, warme en vochtige wind.
De ‘tramontane’ is een frisse
westelijke tot noordwestelijke wind.
Deze naam wordt ook gegeven aan noordelijke
of noordoostelijke winden met koele
lucht. De koude mistral uit het Rhônedal
is in de omgeving van Genua nog goed
te voelen. Plaatselijk koude valwinden
hebben daar de naam ‘maestrale’.
Cultuur
Italianen zijn vriendelijke mensen.
Soms komen ze een beetje stug of arrogant
over, maar ze ontdooien als je een paar
Italiaanse woorden gebruikt. Overigens
zijn er maar weinigen die Engels spreken
(met uitzondering van het noordelijke
deel), dus je zult hoe dan ook wel wat
Italiaanse begrippen moeten gebruiken.
De meeste inwoners voelen zich meer
verbonden met de streek of stad waar
ze wonen dan met het land. Ondanks dat
Italianen steeds minder vaak naar de
kerk gaat, worden de katholieke feestdagen,
zoals die van de plaatselijke heilige,
uitbundig gevierd met grote processietochten
en volksfeesten. Bij een trouwerij wordt
er flink gefeest en het is echt leuk
om hier een glimp van op te vangen.
Toerisme
Italië is voor veel vakantiegangers
vooral bekend om de zon, het strand
en de cultuur. Een bezoek aan Vaticaanstad
is voor toeristen een leuk uitstapje
als men in Italië verblijft. Ook
stedentrips naar Italië zijn een
favoriete bezigheid van vele toeristen.
Wie wil er nou niet naar een van de
romantische steden die Italë rijk
is?
Verder
biedt Italië vele mogelijkheden
voor een actieve, sportieve maar ook
voor een passieve luiervakantie. Wandelen,
fietsen, bergklimmen, mountainbiken,
alle vormen van watersport, zowel aan
de kusten als op één der
vele meren of gewoon genieten van de
aangename zomertemperatuur, het landschap
én de Italiaanse keuken. Het
is allemaal mogelijk.
Beroemd
zijn de meren van Italië in het
noorden. Het Gardameer (het grootste
meer van Italië), Comomeer, Lago
Maggiore en het meer van Lugano liggen
in prachtige bergachtige gebieden met
veel aan natuurschoon en zijn drukbezochte
vakantiebestemmingen. Minder bekend
maar niet minder mooi zijn de zuidelijkere
meren, zoals het meer van Trasimeno,
Bolsena en Bracciano.
De
laatste jaren begint Italië ook
populair als wintersportbestemming te
worden. De wintersportplaatsen in Italië
variëren van "Frans aandoende"
skistations in Aosta en Piemonte tot
wintersportplaatsen in bijv. Alto Adige
en Trentino.
Feestdagen
De
belangrijkste feestdag in Italië
is 15 augustus, Maria Ten Hemelopening.
Op deze dag is nagenoeg alles gesloten
en trekt iedereen naar de kustplaatsen.
Buiten de bij ons ook bekende feestdagen
zoals Kerst, Pasen, hemelvaart en Pinksteren
kennen we nog de volgende feestdagen:
8 maart: Feest v.d. Vrouw (Mimosa) 25
april: Bevrijdingsdag 1 mei: Dag van
de Arbeid 1e zondag van juni: Feest
van de Republiek 1 november: Allerheiligen
8 december: Maria Onbevlekte Ontvangenis
Eten en drinken
Het leven van Italianen lijkt vaak om
eten te draaien. Ze lunchen en dineren
uitgebreid. Alleen voor het ontbijt
nemen ze geen tijd. Een cappuccino en
een zoet croissantje, dat is het. Vaak
nemen ze dat staand aan de bar in een
cafe, onderweg naar hun werk. De lunch
bestaat meestal uit een flink bord pasta.
Na de siësta begint de avond met
flaneren op straat..., en dan gaan de
Italianen uitgebreid eten!
De warme maaltijd bestaat uit gewoonlijk
uit diverse gangen: 'antipasto' (voorgerecht,
soort tapas), 'il primo piatto' (pasta
schotel of risotto), 'secondo piatto'
(een stuk vlees of vis) en als laatste
'il dolce' (dessert) . De Italianen
nemen meestal een salade (insalata)
als laatste. Als je dat allemaal wilt,
trek dan voor het diner een hele avond
uit. Het is ook lekker om met z'n allen
een aantal antipasti te bestellen. Pizza's
zijn hier natuurlijk ook veel lekkerder!br>
Restaurants zijn open tussen 12.30 en
15.00 uur, en 's avonds meestal vanaf
18.00 of soms zelfs 20.00 uur. Pas je
ritme dus aan.
Geldzaken
De Italiaanse munteenheid is de Euro.
U kunt veelal met creditcard betalen.
Restaurants vormen hier soms een uitzondering
op. Pinnen is heel makkelijk in Italië,
zelfs in de kleinste dorpjes staan vaak
pinautomaten waar men 24 uur per dag
geld kan opnemen. Indien u op Sicilië
aankomt in het weekend, adviseren wij
u voor de eerste dagen al vast wat euro's
mee te nemen, aangezien de pinautomaten
in het weekend vaak leeg zijn.
Openbaar vervoer en taxi's
Italië kent een goed treinennet
en de tarieven zijn laag. De tijden
van vertrek worden niet strikt nageleefd
en er kan nog wel eens vertraging ontstaan.
Verder rijden er in grote steden bussen
en soms ook trams en Rome kent een paar
ondergrondse lijnen. Buskaartjes voor
streekbussen koopt u in de bus, maar
kaartjes voor de stadsbussen dient u
vooraf te kopen bij de 'Tabacchaio'
winkels. Deze winkels zijn herkenbaar
aan een uithangbord met een grote 'T'.
Naast buskaartjes worden in deze winkels
sigaretten, telefoonkaarten en -munten
en soms ook postzegels verkocht. De
officiële taxi’s zijn voorzien
van een meter en de tarieven zijn te
vergelijken met de tarieven in Nederland.
U kunt vooraf een prijsindicatie vragen.
Voltage
In Italië is de stroomsterkte 220
volt. In afgelegen bergdorpjes komt
ook nog 110 volt voor. U heeft voor
de geaarde stekkers een adapter nodig,
daar de stopcontacten anders zijn dan
in Nederland. Het meest praktisch zijn
de zogenaamde eurostekkers, waar verscheidene
stekkertypes op zitten.
|